Filmtotaal 9 februari 2012
Het indrukwekkende regiedebuut van de Britse acteur Paddy Considine
Joseph is boos. Heel erg boos. De weduwnaar die zijn dagen slijt in
de buitenwijken van Leeds heeft ongekende driftbuien die hij niet
onder controle kan houden. Hij snauwt alles en iedereen af die hij
tegenkomt. Joseph heeft weinig meer om voor te leven sinds zijn
vrouw overleed. Zonder al te veel menselijk contact slepen de dagen
zich voort.
Joseph is het belangrijkste personage uit Tyrannosaur, het
indrukwekkende regiedebuut van de Britse acteur Paddy Considine. De
film was afgelopen jaar een van de publieksfavorieten op het
filmfestival van Rotterdam, maar is pas vanaf deze week ook in de
reguliere bioscopen te bewonderen. En dat is meer dan terecht voor
dit zwaarmoedige, maar uitstekend gemaakte drama.
Na de opening van de film, waarin vooral de woede van Joseph
centraal staat, blijkt dat het Considine vooral te doen is om de
relatie tussen Joseph en Hannah. Zij is eigenares van een
tweedehands kledingwinkel waar Joseph zich op een dag had
verscholen. Hanna is eerst nog doodsbang voor de agressieve Joseph,
maar gaandeweg ontwikkelt zich een bijzondere relatie tussen twee
gekwetste zielen, die de wil om te leven bij elkaar
aanwakkeren.
Hanna heeft zelf ook de nodige problemen. De bijzonder christelijke
vrouw is getrouwd met een man die de handen niet altijd thuis kan
houden en zit net als Joseph in een zware depressie. Paddy
Considine registreert het in de film op een rauwe manier, geholpen
door zijn twee uitstekende acteurs die vol overgave spelen. Met
name Peter Mullan is bij vlagen beangstigend als Joseph, die elk
moment in woede kan uitbarsten maar van binnen maar een klein
hartje heeft.
De enige kritiek die je Tyrannosaur kan geven is dat de film
wellicht te deprimerend is. Considine bouwt geen moment een gevoel
van verlichting in en dat maakt de film loodzwaar om doorheen te
komen, ondanks de relatief korte speelduur. De personages maken
zoveel ellende mee dat je je afvraagt of het ooit ophoudt. Maar in
het echte leven houdt het voor sommige mensen gewoon nooit op en
dat is wat Considine voor ogen stond. Twee gewone mensen die hebben
verloren in het leven en dat in elkaar herkennen.
Filmcentrum 9 februari 2012
Iedereen zal wel iets vinden in het acteerwerk dat aanslaat - 4 sterren
Acteurs die de overstap maken naar een rol
achter de camera zijn al lang geen zeldzaamheid meer, maar dat er
daadwerkelijk een goede filmmaker in ze schuilt komt al een stuk
minder vaak voor. De Britse Paddy Considine is al ruim tien jaar te
zien in allerlei interessante rollen, maar toen hij in 2007 zijn
eerste korte film
Dog
Altogether uitbracht waren alle ogen op hem gericht. Het
zestien minuten durende stukje drama leverde hem diverse prijzen
op, maar zou hij ook genoeg talent hebben om dit om te zetten in
een lange film?
Het antwoord is terug te vinden in
Tyrannosaur,
een bikkelharde film die direct voortvloeit uit die eerdere korte
film. Hoofdrolspelers Peter Mullan en Olivia Colman zijn ook deze
keer weer te zien als dezelfde personages, terwijl karakteracteur
Eddie Marsan hier voor het eerst zijn intrede doet in het
verhaal.
Al vanaf de eerste scène wordt bij de kijker een verontrustend
gevoel opgewekt, doordat Considine laat zien dat Mullans personage
Joseph een dronkenlap is die niet weet hoe hij met zijn woede om
moet gaan. Nadat hij voor de zoveelste keer in de problemen raakt
door een agressieve bui komt hij terecht in het winkeltje van de
Christelijke Hannah (Colman), met wie hij gaandeweg het verhaal een
aparte band weet op te bouwen.
Beiden lijken niet echt te weten wat ze met elkaar aanmoeten, maar
desondanks blijven ze elkaar opzoeken in de hoop iets aan elkaar te
hebben of de ander te kunnen veranderen. Wanneer ze dankzij haar
jaloerse echtgenoot met een blauw oog in de winkel staat, blijkt
Joseph echter niet de enige agressieve man in haar omgeving te
zijn.
Naast het regiewerk was Considine ook zelf verantwoordelijk voor
het script, en het moge duidelijk zijn dat we hier te maken hebben
met een duister verhaal zonder rechtschapen helden. Voor sommigen
zal het wellicht een tikje té grauw zijn, maar de bijzondere
driehoeksrelatie tussen de hoofdpersonen maakt je op elk moment
nieuwsgierig naar de reacties op elkaars acties.
Dit gevoel van betrokkenheid is dan ook voor een groot deel te
wijden aan de imposante cast. Alle drie de acteurs hebben een
topprestatie geleverd, waardoor het zonde is dat Eddie Marsan als
de jaloerse James relatief weinig scènes heeft gekregen om in te
schitteren. Of het nu gaat om het prachtige accent van Mullan, het
naïeve gedrag van Colman of de sadistische kant van Marsan,
iedereen zal wel iets vinden in het acteerwerk dat aanslaat.
Met een titel als
Tyrannosaur
loop je het gevaar dat je het verkeerde publiek naar binnen lokt,
zeker als de poster ook nog eens een begraven fossiel laat zien.
Het zou zonde zijn als de algemene waardering van de film omlaag
gaat door mensen die een spin-off van
Jurassic
Park verwachten, maar hopelijk krijgt het speelfilmdebuut van
Paddy Considine het publiek dat het verdient.